SMYLE
In 1971 begint zanger/gitarist Bas Muys een bandje samen met bassist Peter van der Vossen, diens broer en drummer Paul van der Vossen en gitarist Frank van Oortmerssen. Repeteren doen ze bij de Van der Vossens thuis in Park Leeuwenbergh te Leidschendam.

Naast covers van The Beatles, The Kinks, The Rolling Stones en The Band speelt de groep ook eigen composities van Bas. Demo's die de band naar platenmaatschappijen stuurt, leveren in deze periode nog geen contract op.

SMYLE (Mark Boon)
In 1972 verlaat gitarist Frank van Oortmerssen de groep en zijn plaats wordt ingenomen door Mark Boon, die bij de eerste ontmoeting met de band overdonderd werd door de gelijkenis van de stem van Bas Muijs met die van John Lennon. Mark vertelt:

"Het was 1972, ik kwam net uit de militaire dienst, toen ik in een lokale krant een advertentie las van een band op zoek naar een gitarist. Ik herinner  me dat ik voor hun huis bij de voordeur stond. Bij het horen van het lawaai dat van achter de gesloten gordijnen kwam dacht ik, "ik ben hier weg!". Ineens hoorde ik die stem en ik kon het niet geloven: Was John Lennon aan het zingen? Dus ik belde aan en er werd open gedaan door twee broers, Paul en Peter van der Vossen, die speelden drums en bas. De zanger heette Bas Muijs, en niet alleen klonk hij als John Lennon, hij zag eruit als George Harrison!".


Mede door de inbreng van Mark, die de liedjes opnieuw arrangeerde, een nieuwe demo liet opnemen en voor een manager zorgde, wist de band de interesse te wekken van producer Jaap Eggermont. Manager Henk van Leeuwen bedacht de bandnaam Smile en Mark verving, in navolging van The Byrds, de i door een y, Smyle dus.

George Kooymans (Golden Earrings) is mede door de gelijkenis met The Beatles aangenaam verrast en besluit speciaal voor Smyle een nummer te  schrijven, 'Its Gonna be Alright', dat als eerste single wordt uitgebracht en de negende plaats in de hitparade haalt. Op de B-kant staat
'She Means a Lot to Me'.

De tweede single was 'The Tandem'.  'The Tandem' staat vijf weken in de top 40 met de twaalfde plaats als hoogste notering. Op de B-kant staat het nummer 'I'm so Heavy'. Beide nummers zijn geschreven door Bas Muijs. 'The Tandem' werd opgenomen in de Rainbow Studio aan het Sweelinckplein in Den Haag. 'The Tandem' werd verder bewerkt in de legendarische GTB Studio aan de Haagse Jan van Nassaustraat.  

De derde single van Smyle was 'Dream of Me'/ 'Have I Ever Let You Down' . 'Dream of Me' was een ballad die het niet verder weet te schoppen dan een stipnotering. Bij de opname van 'Dream of Me'  werd 'Smyle' begeleid door het Metropole orkest onder leiding van Harry van Hoof.
 

In 1974 flopt de vierde  single 'Crazy Lazy Little Miss Daisy' en voor het eind van het jaar valt de groep uit elkaar. 'There is no Reason to Cry' siert de andere kant van deze single.

Begin 1974 besluit Mark Boon, die zich niet langer kan vinden in het nieuwe Smyle-repertoire, de band te verlaten. Mark is nog wel te horen op Smyle’s vierde single 'Crazy Lazy Little Miss Daisy'. Bas, Ton en Art Bausch (de drummer op dat moment) houden nog enige tijd audities om een nieuwe gitarist te vinden, maar voor het einde van het jaar wordt Smyle opgeheven.

SMYLE (Peter van der Vossen )
”Dit waren mijn instrumenten: een 60's Eko Cobra basgitaar en een 100 Watt London City versterker met twee speakerboxen. Voor opnamen leende ik een Höfner vioolbas, zoals die ook gebruikt werd door Paul McCartney.

Wij oefenden bij ons thuis en mijn moeder accepteerde dat zonder problemen, terwijl zij toen al ernstig ziek was. Het is heel spijtig dat zij overleed vlak voordat we eind 1972 bekend werden. Ze heeft onze glorietijd dus helaas niet meegemaakt. Ons PA-systeem werd voor ons op maat gemaakt door het Haarlemse HELIOS. Dat stond voor: ‘Herrie En Lawaai Is Ons Streven’ en in die opzet zijn ze ook aardig geslaagd. Mijn studie HBO-Elektrotechniek is uiteindelijk de reden geweest om met de band te stoppen. Ik werk op dit moment (2012) in de softwarebranche. Mijn EKO heb ik gelukkig niet weggedaan en sinds enkele jaren oefen ik weer voor de lol!”   

SMYLE (Paul van der Vossen )

Ik had een zwart Premier drumstel met Zildjian bekkens. Ons eerste optreden was onder de bandnaam Hoe Down en dat spreek je uit als: Hoo Down. De volgende optredens waren al onder de naam Smyle.

Aan het show-element, onze presentatie, was ook gedacht: Leon Bouter, een bekend Haags couturier, ontwierp onze pakken. De kleur van onze hemden mochten we zelf uitzoeken, maar de pakken waren heel uniform muisgrijs. Die kleur was overigens niet beïnvloed door Bas z’n achternaam. Toen Peter en ik vertrokken en Smyle van bezetting wisselde, heeft de band bij Saris in Rotterdam nieuwe apparatuur aangeschaft. Ik speel nu (2012) alleen nog voor mijn plezier en werk als slagwerkleraar in het Haagse Koorenhuis.” 

SMYLE (Bas Muijs)
”Thuis experimenteerde ik met mijn tweesporen Sony bandrecorder met het over elkaar opnemen en toevoegen van stemmen en instrumenten. Voor de effecten gebruikte ik er een tweedehands PHILIPS bandrecorder bij.

Ik was een enorme fan van The Beatles en dat mijn stem al aardig op die van John Lennon leek, kwam mooi uit. Smyle was mijn eerste band. Ik leende van Paul een Fender Jaguar (sunburst) en ik had een eigenbouw versterker met Rebax cabinet. Rebax was het huismerk van de muziekwinkel Bas van der Rest aan het Westeinde. Later had ik een Fender Telecaster Thinline met een 100 watt Fender Dual Showman Reverb met JBL speakers. Voor de lezers die wat minder technisch zijn: een cabinet is alleen een speakerkast en een reverb is een echo- of nagalmapparaat.
Ik gebruikte in de laatste bezetting van Smyle ook nog een elektrische piano van het merk Crumar. Ik speel nu (2012) nog tussen de schuifdeuren met mijn drie zoons, tot ons grote plezier. Ik neem af en toe weer op maar ditmaal met goede apparatuur. Mijn jongens stimuleren me om met dat vastgelegde materiaal ooit nog eens iets te gaan doen.”

SMYLE (Mark Boon)
”Mijn broer Rogier Boon was ontwerper en maakte voor ons het logo van Smyle. Ik heb de nodige gitaren gehad: een 1965 Gibson SG Special (cherry), een 1969 Gibson Les Paul Deluxe (goldtop) en voor opnamen een van Paul geleende 60's Yamaha FG acoustic.

Ik had een 100 watt Marshall Super Lead versterker met twee Rebax cabinets. Die Goldtop heb ik ooit eens een uurtje uitgeleend aan Björn van ABBA toen het Trosprogramma 'A Sentimental Journey' werd opgenomen. Bij thuiskomst bleek tot mijn afgrijzen dat de achterkant van m’n Luxe Les Paul eruit zag alsof Björn hem als dartboard had gebruikt. Bij de opname droeg de Zweed op zijn belachelijke glitterpak namelijk een kolossale gesp met nepdiamanten en daarmee veroorzaakte hij diepe krassen, niet alleen op mijn gitaar, maar ook in mijn ziel.

Ook had ik een 1963 Gibson Firebird III (sunburst) en een 1969 Fender Super Showman pre-amp versterker met 140 watt powered cabinet. Over de droevige gebeurtenissen rond deze Gibson Firebird heb ik een aangrijpend verhaal geschreven in het blad 'Gitaar Plus' van juni 2001.

Ik musiceer nog steeds en heb daarnaast als redacteur gewerkt.”

Mark speelde na Smyle onder andere bij The Hammer, Tutti Frutti, Vitesse, Diesel, en de Margriet Eshuys Band. Hij is actief als componist, tekstdichter en producer.

Mark Boon: “Omdat ik nogal een spullen-freak ben, weet ik over de instrumenten van de latere bandleden ook nog wel iets:

Ton van der Meer
 speelde op een 1969 Fender Precision (sunburst) basgitaar, een late 60's Fender Jazz Bass (dakota red) en een 1971 Rickenbacker 4001 (maple glo).
Als versterker had Ton een 100 watt Marshall Super Bass Stack.

Ton van der Meer speelde in vele bands zoals Group Afternoon, Time en kwam na Smyle terecht bij Mr. Green and the Pink Panters, Toby Collar, White Pointer, Leopard en tenslotte in Renée.

Cees Meerman
had een Premier (mahogany) drumstel.                                           

Art Bausch
, die uit Blue Planet kwam, bespeelde een drumstel van het merk Hayman (brushed silver).”