THE RHYTHMICAL STRANGERS
Het begon allemaal rond 1960 in de Van der Palmstraat 19. Daar woonde de familie Fredrikz. die in 1948 gerepatrieerd waren uit het voormalige Nederlands Indië en bestond uit Pa en Ma, de broers Donald (Don) en Hans en zus Farin.

Don vertelt: “Onder invloed van een vriend en klasgenoot op de Martinus Ulo, Nico Groenendijk, kocht ik in 1958 een zeer eenvoudige gitaar; een soort grote sigarenkist met een gat erin en zes stalen snaren.

Die vriend leerde mij de eerste (bekende) akkoorden, Fmaj. C7, C open, D, G en G7. De schriftelijke cursus van Arie Ligthart, de banjoist van de toen al bekende 'Dutch Swing College Band', gaf al een wat steviger basis om de gitaar te leren beheersen. Dit werd later nog door de lessen bij de heer Vrijenhoek (Kon. Wilhelminalaan) verbeterd. 

Zoals zo vaak het geval is, doet goed voorbeeld volgen, want mijn jongere broer Hans besloot ook gitaar te gaan spelen. Later bleek dat wat ik aan talent te kort kwam, bij hem ruimschoots was gecompenseerd; hij ontwikkelde zich tot een uitstekende sologitarist.

Een van mijn vrienden, Kees Nauta uit de Jacob Catsstraat, speelde al langer gitaar en kon bovendien niet onaardig zingen. Toen werd er een band gevormd die bestond uit: Hans Fredrikz sologitaar en zang, Don Fredrikz bas- en soms slaggitaar en Kees Nauta, slaggitaar en zang”. Dit trio speelde op familie- en schoolfeestjes en vormde in wezen de basis voor de serieuzere muziekloopbaan van de leden.

Het trio moest zich financieel zelf bedruipen. Gelukkig was Pa Fredrikz van huis uit een ’radio-monteur‘ en bouwde hij drie tien watt buizenversterkers van het merk ’Goliath’. Deze kwaliteitsversterker had een balansuitgang (2 maal EL 84) en had bovendien twee gescheiden ingangen met eigen volume regeling; hierdoor kon je er twee instrumenten op aansluiten.

Ook de speakerboxen werden zelf gemaakt van 15 mm meubelplaat en een of twee Phillips AD 9710 M speakers erin en niet te vergeten eierdozen als dempingsmateriaal! Op de speakerkasten stond de tekst The Rythmical Strangers. Een Engels woordenboek bracht uitkomst; het moest 'RHYTHMICAL' zijn. Om reden van kosten en tijdgebrek hebben ze het toen maar zo gelaten.

Er werd wel geïnvesteerd in een goede microfoon; de zelfs op TV gebruikte grijze Sennheiser, model MD 421 in de volksmond het ‘scheerapparaat’ genoemd.

Elke zondagmiddag was het oefenen op de jongenskamer in de Van der Palmstraat. De buren hebben dat jaren getolereerd, met als filosofie; liever hier wat herrie maken, dan dat ze buiten op straat rottigheid uithalen!

Als een optreden in Voorburg of in die nabije omgeving plaatsvond, werden de versterkers, geluidsboxen en gitaren gewoon op de diverse Puchs vervoerd. Vaak moest er meerdere malen gereden worden. Naderhand toen de band meer leden had werd de Voorburgse Taxi Centrale ingeschakeld.

Al snel bleek dat een trio met twee of drie gitaren en een zanger wel erg magertjes klonk. Rond 1961 werd de band drastisch uitgebreid met: Bobby van Wijk als slaggitarist, Nanie als zanger en Henk op de drums. Don werd toen definitief de bassist. Hij had echter geen geld om een bas te kopen. Hier schoot de techniek te hulp en werd door middel van een speciale  voorversterker het geluid van Don’s gewone gitaar ca. 1,5 octaaf verlaagd. Want wie niet rijk is, moet slim zijn!

De jongenskamer werd te klein voor deze bezetting en het was ook niet meer sociaal verantwoord om de buren met het toegenomen geluid lastig te vallen. Een nieuwe oefenruimte werd gevonden in de kelder onder de woning van Bobby van Wijk in de Albert Verweijstraat.

Het repertoire bestond uit allemaal covers, soms uit de top 40, maar ook uit nummers die zij zelf fijn vonden klinken.

Inmiddels had de band behoefte aan een technicus. Die werd in de vriendenkring gevonden in de persoon van Ruud Laats die op de Denneweg in Den Haag woonde. Ruud had affiniteit met alles wat met versterkers te maken had en was dus een welkome aanvulling. Hij presteerde het om voor de band een echo-apparaat te bouwen. Deze bestond uit drie bandrecorders en nog wat elektronica, maar ze waren wel de eerste band in Voorburg met ’een bandecho’. Het apparaat was in een stevige kist gebouwd en woog ca. 30 kg! Het werkte op zelf gelijmde (standaard) bandrecordertapes. Deze hadden helaas een tamelijk korte levensduur. Ondanks het feit dat er altijd minmaal vijf reserve tapes waren, moest Ruud meer dan eens tijdens het optreden tapes bijmaken. Inmiddels speelden ze voornamelijk op Höffner gitaren.

Een andere noodzaak was iemand die erop toezag, dat alle noodzakelijke apparatuur UIT de kelder IN de taxi kwam. En na het optreden moest die persoon er ook voor zorg dragen dat alle apparatuur van de bühne ook weer IN de taxi en daarna veilig thuis kwam. Je zou kunnen stellen dat Wim van der Heijden, die deze belangrijke functie bij 'The Rhythmical Strangers' vervulde, een van de eerste roadies was. 

Don vertelt: “Er was een soort talentenjacht in Voorschoten, waar ook Rob de Nijs optrad. Wij mochten in het voorprogramma spelen. Helaas, onze 10 Watters hadden veel te weinig power om de zaal te vullen. Dus na een paar keer 'harder, harder' besloten we het maar op te geven. Na deze vernederende afgang hebben we zwaardere versterkers aangeschaft”.

Na de zomer van 1962 moest Don de band vanwege zijn studie verlaten en ging Hans zijn ultieme droom verwezenlijken, beroeps musicus in Duitsland worden. Hiermee hield de band op te bestaan.

Helaas heeft Hans zijn droom maar enkele jaren kunnen waarmaken; in augustus 1968 is hij bij een noodlottig auto-ongeval op 22 jarige leeftijd overleden.